Het nieuwe boek De ZZPuzzel verschijnt op een moment waarop de discussie over de positie en rol van de zzp’er op de arbeidsmarkt weer vol in de schijnwerpers staat. Er worden duidelijke politieke keuzes gemaakt in het recent verschenen coalitieakkoord en sinds de beëindiging van het handhavingsmoratorium op 1 januari 2025 is er nog steeds sprake van onzekerheid onder zelfstandigen en opdrachtgevers. Uit onderzoek dat in het boek wordt aangehaald, blijkt dat een aanzienlijk deel van de zelfstandigen merkt dat opdrachten teruglopen en dat organisaties voorzichtiger zijn geworden met de inzet van zzp’ers.
Een dossier dat in twintig jaar steeds complexer wordt
Het boek laat zien hoe de vraagstukken en uiteenlopende perspectieven in het zzp‑dossier niet enkel uit de recente handhaving op schijnzelfstandigheid zijn ontstaan, maar al veel langer sluimeren. Vanaf de introductie van de VAR in 2001, via de invoering van de wet DBA in 2016, de daaropvolgende handhavingspauze tot de kritische adviezen en reacties op het wetsvoorstel VBAR: telkens is geprobeerd grip te krijgen op de vraag wanneer iemand werknemer is en wanneer zelfstandige. Maar geen van deze pogingen bood voldoende duidelijkheid. Daarnaast wisten meerdere wetsvoorstellen de eindstreep niet te halen. Het gevolg: een puzzel waar beleid, praktijk en data nooit helemaal in elkaar lijken te passen.
De rol van beeldvorming en misinformatie
De zelfstandige is de afgelopen jaren steeds vaker neergezet als een risico , terwijl de beschikbare data daarvoor nauwelijks aanleiding geven. De meerderheid van de zzp’ers kiest bewust voor ondernemerschap, werkt vanuit vakmanschap en autonomie, en wil niet terug in loondienst. Toch overheersen onderbuikgevoelens en sentimenten in media en politiek, waarbij zelfstandigen geregeld op een onjuiste manier worden neergezet.. Dat beeld heeft directe gevolgen: organisaties die bang zijn voor reputatierisico’s, boetes of naheffingen, passen hun inhuurbeleid drastisch aan, terwijl zelfstandigen zich niet begrepen en erkend voelen. Het boek maakt onder andere duidelijk hoe beeldvorming, gevoed door misinformatie — soms uit gebrek aan juridische kennis, soms uit commercieel belang — een substantieel deel van het debat bepaalt en zo invloed heeft op beleidsvoorstellen en de kwaliteit van het politiek-maatschappelijke debat.
Een arbeidsmarkt die uit het jasje van het stelsel is gegroeid
Wat De ZZPuzzel ook blootlegt, is dat het werkelijke probleem dieper ligt dan wetgeving of handhaving. Het Nederlandse arbeidsrecht en socialezekerheidsstelsel zijn ontworpen in een tijd waarin werk vrijwel uitsluitend in loondienst werd uitgevoerd. De opkomst van hybride loopbanen, projectmatig werken en zelfstandig ondernemerschap past steeds moeilijker in juridische hokjes. Daardoor ontstaat spanning tussen verschillende belangen, zoals individuele keuzevrijheid, collectieve bescherming, solidariteit en de houdbaarheid van het socialezekerheidsstelsel. Dit verklaart volgens de auteurs het belang om integraal naar het zzp-dossier te kijken. Zolang het systeem zelf niet wordt herzien, is elke maatregel een vorm van pleisters plakken. Een veel fundamentelere hervorming is om die reden nodig.
De zzp’er bestaat wél
Hoewel vaak wordt beweerd dat “de zzp’er niet bestaat”, toont het boek overtuigend aan dat de zelfstandige wel degelijk een herkenbare werkende is. Alhoewel de groep zeer divers is, zijn de startmotieven doorgaans helder, is het aantal gedwongen zelfstandigen klein en is het merendeel van de zzp’ers zeer tevreden over de werkomstandigheden.
De auteurs laten zien hoe de simplificatie van deze groep niet alleen het debat vertroebelt, maar ook gevolgen heeft voor de totstandkoming van beleid en wetgeving. Het gevolg is dat de politieke discussie blijft hangen in uitersten, terwijl de werkelijkheid veel genuanceerder is.

Hoe zat het ook alweer?
De ZZPuzzel bepleit geen kant-en-klare oplossing, maar legt wel de puzzelstukken op tafel om zo beter inzicht te krijgen in het zzp-dossier. Volgens de auteurs kan het debat pas verder komen wanneer er bredere erkenning is voor de kernvraag: hoe organiseren we keuzevrijheid, sociale bescherming en collectiviteit in een arbeidsmarkt waarin contractvormen vervagen, de voorkeuren van werkenden veranderen en werkenden zich steeds lastiger in één hokje laten plaatsen? Volgens de auteurs is het van groot belang dat dit fundamentele debat gevoerd wordt in Den Haag.
Een toekomstbestendige arbeidsmarkt vraagt om politieke keuzes die verder reiken dan één kabinetsperiode en die voorbij de reflex gaan om telkens nieuwe regels te bouwen op een fundament dat inmiddels wankel is geworden.
Het boek laat zien dat er pas vooruitgang mogelijk is wanneer alle betrokken partijen — politiek, overheid, sociale partners, marktpartijen en zelfstandigen — dezelfde feiten, dezelfde geschiedenis en dezelfde maatschappelijke context delen. Pas dan kan er ruimte ontstaan voor beleid dat uitvoerbaar, eerlijk en toekomstbestendig is.
