Het kabinet-Jetten zet in op het verduidelijken van de arbeidsrelatie tussen zzp’ers en opdrachtgevers en op een betere positionering van zzp’ers op de arbeidsmarkt. Daarbij richt het kabinet zich onder andere op de verdere uitwerking van twee belangrijke wetsvoorstellen: de Zelfstandigenwet, een initiatiefwet van VVD, CDA, D66 en SGP en de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ). Tegelijkertijd wordt de handhaving op schijnzelfstandigheid voortgezet.

HeadFirst Group onderzocht onder bijna 1.300 hoogopgeleide zzp’ers wat zij merken van deze handhaving, zowel bij lopende opdrachten als bij het vinden van nieuwe opdrachten. Daarnaast vroegen wij naar hun visie op de twee genoemde wetsvoorstellen.

De uitkomsten laten zien dat veel zzp’ers sinds de hervatte handhaving per 1 januari 2025 meer moeite hebben om nieuwe opdrachten te vinden. Tegelijkertijd geeft een groot deel aan dat stoppen als zzp’er voor hen geen reële optie is. Ook over de wetsvoorstellen zijn veel respondenten kritisch. Daarnaast reageert een aanzienlijk deel kritisch op de communicatie van de Rijksoverheid over de handhaving op schijnzelfstandigheid en over de vraag welke opdrachten zzp’ers wel of niet kunnen uitvoeren.

Impact handhaving schijnzelfstandigheid groter dan eerst verwacht

59 procent van de respondenten geeft aan moeite te hebben met het vinden van nieuwe opdrachten. Dat is een stijging van 10 procent ten opzichte van 2024, toen HeadFirst Group in een vergelijkbare opiniemonitor vroeg in hoeverre zzp’ers verwachten dat de opheffing van het handhavingsmoratorium op de wet DBA vanaf 1 januari 2025 voor problemen kan zorgen. In 2024 overwoog gaf 41% aan ondanks de mogelijke onrust die kan ontstaan als de handhaving op schijnzelfstandigheid volledig hervat wordt niet te zullen stoppen als zzp’er. Met nu 40% is dat aantal zo goed als onveranderd gebleven.

In de open antwoorden aan het einde van de enquête komt een duidelijk patroon naar voren. Veel zzp’ers geven aan dat opdrachtgevers in 2025 zichtbaar “aan de handrem” hebben getrokken en terughoudender zijn geworden met het inzetten van zzp’ers. Volgens respondenten gebeurt dat vaak uit voorzorg, uit angst voor handhaving door de Belastingdienst.

Eén van de respondenten geeft aan: “Momenteel heerst er veel onrust in de markt. Opdrachten die in de praktijk wel degelijk aan de relevante criteria en jurisprudentie voldoen, worden toch als ongeschikt voor zzp’ers bestempeld. Door de aanhoudende onduidelijkheid en de hervatte handhaving lopen veel zzp’ers opdrachten mis en is het aanbod aan werk merkbaar kleiner geworden.”

Grote onvrede over communicatie Rijksoverheid

Onduidelijkheid is, net als in de opiniemonitor uit 2024, een belangrijk sleutelwoord voor veel respondenten. Ondanks het feit dat bijna 69% (zeer) goed op de hoogte is van de handhavingsstrategie van de Belastingdienst, maken veel zzp’ers zich zorgen. Gelet op de hoeveelheid misinformatie die op sociale media circuleert over de handhaving op schijnzelfstandigheid, is het aannemelijk dat er grote behoefte bestaat aan duidelijke en consistente communicatie vooraf.

Hoewel de Rijksoverheid zelf het belang van goede communicatie over de handhaving benadrukt, geeft ruim 70 procent van de respondenten aan (zeer) ontevreden te zijn over de manier waarop de overheid hierover communiceert. Onzekerheid over de regels vertaalt zich volgens veel zzp’ers direct in minder opdrachten. In de opiniemonitor van HeadFirst Group uit 2024 waren zzp’ers ook al kritisch op de publiekscampagne vanuit Rijksoverheid, in dat geval over de opheffing van het handhavingsmoratorium: 65% gaf aan dat de campagne (helemaal) geen duidelijkheid verschafte.

De politiek herkende deze geluiden ook. Thierry Aartsen (VVD), nu minister van Werk en Participatie, Hans Vijlbrief (D66), nu minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en toenmalig Kamerlid Mariska Rikkers-Oosterkamp (BBB) riepen in een motie het vorig kabinet op om actief te communiceren dat werken met zzp’ers mogelijk blijft, mits de regels worden gevolgd. Deze motie werd op 27 mei 2025 door de Tweede Kamer aangenomen.

Desondanks blijft de onduidelijkheid groot. Bijna 77 procent van de respondenten geeft aan (zeer) ontevreden te zijn over de duidelijkheid rond de vraag welke opdrachten wel en niet mogelijk zijn om als zzp’er uit te voeren.

Zzp’ers niet even enthousiast over verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (BAZ)

De respondenten kijken uiteenlopend naar de verdere behandeling van de wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ), die vrijdag 13 maart naar de Tweede Kamer is gestuurd ter behandeling. Enerzijds geeft bijna 38% aan het (zeer) goed te vinden dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komt, anderzijds geeft 39% aan het een (zeer) slecht idee te vinden. Een greep uit de kritische reacties toont aan dat zzp’ers zich zorgen maken over het feit dat de dekking pas na twee jaar in gaat en over ‘verdere overheidsbemoeienis’. Ook geeft een groot deel aan het prima zelf te kunnen redden zonder een verplichte AOV. Slechts 7% heeft geen voorzieningen getroffen in geval van arbeidsongeschiktheid. De rest doet dit in de vorm van sparen (59.4%), een private verzekering (50.4%), beleggingen (39,5%) en tot slot is 10.9% aangesloten bij een broodfonds. Hoewel het wetsvoorstel voor deze gevallen een opt-out beoogt, blijven zzp’ers wel verplicht om een zogeheten stabiliteitsbijdrage te betalen aan het UWV. De hoogte van deze bijdrage is voor nu nog onbekend en wordt door het kabinet verder uitgewerkt.

Ook de Zelfstandigenwet geniet geen brede steun

Slechts 27,7 procent van de respondenten is er (zeer) van overtuigd dat de Zelfstandigenwet daadwerkelijk zal bijdragen aan meer duidelijkheid over de vraag of een opdracht wel of niet door een zzp’er kan worden uitgevoerd. Dat is een opmerkelijke constatering.

In april 2025 liet onderzoek van Knab namelijk zien dat een grote meerderheid van de zzp’ers positief staat tegenover het initiatiefwetsvoorstel voor de Zelfstandigenwet. Uit een enquête onder ruim 7.500 zelfstandig ondernemers bleek dat 71 procent het voorstel zou steunen als zij zelf in de Tweede Kamer zouden zitten.

Dat is een opvallend hoog percentage, zeker voor een wet die ook mogelijk nieuwe verplichtingen voor zzp’ers introduceert, zoals het regelen van pensioen en een voorziening tegen arbeidsongeschiktheid. In het onderzoek gaf 17 procent aan tegen het voorstel te zijn, terwijl 12 procent nog twijfelde.

Handhaving en wetgeving zetten zzp-markt onder druk

De resultaten van deze opiniemonitor schetsen een scherp maar duidelijk beeld van het sentiment onder hoogopgeleide zzp’ers rond de hervatte handhaving op schijnzelfstandigheid en mogelijke wetgeving. Veel respondenten ervaren inmiddels concreet effect van de handhaving in de vorm van minder beschikbare opdrachten.

Daarbij laten de resultaten zien dat onduidelijkheid rondom de vraag of een zzp’er wel of geen opdracht kan doen een belangrijke rol speelt in de huidige marktontwikkelingen. Ondanks een relatief hoge mate van bekendheid met de handhavingsstrategie van de Belastingdienst, geven veel zzp’ers aan dat de onrust op de markt leidt tot terughoudendheid bij opdrachtgevers. Dat vertaalt zich volgens respondenten direct in minder opdrachten.

Ook ten aanzien van de nieuwe wetgeving blijft het beeld gemengd. Zowel de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering als de Zelfstandigenwet roepen uiteenlopende reacties op. Waar een deel van de zzp’ers de voorstellen ziet als een stap richting meer zekerheid en duidelijkheid, plaatst een aanzienlijk deel vraagtekens bij de effectiviteit ervan, met name als het gaat om het daadwerkelijk wegnemen van onzekerheid over de inzet van zzp’ers. Positief is wel dat 93% van de respondenten voorzieningen heeft getroffen voor arbeidsongeschiktheid, en 94% voor pensioen.

De uitkomsten benadrukken daarmee het belang van heldere en consistente communicatie over de geldende regels en de bedoeling van de handhaving. In een arbeidsmarkt waarin zzp’ers een belangrijke rol spelen, is voorspelbaarheid essentieel voor zowel opdrachtgevers als zzp’ers. Juist in deze fase van mogelijke veranderingen in beleid en wetgeving, kan duidelijke uitleg over wat wel en niet mogelijk is bijdragen aan meer vertrouwen en stabiliteit in de markt.

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan

Vragen hierover? Neem contact met ons op.

Sem Overduin
Public Policy & Affairs Manager
Sem.Overduin@headfirst.nl

Oifik Youssefi
Public Affairs Officer
Oifik.Youssefi@headfirst.nl

Maaike van Driel
Head of Legal
Maaike.vanDriel@headfirst.group

Thomas ten Veldhuijs
Senior Legal Counsel
Thomas.tenVeldhuijs@headfirst.nl

Privacy Preference Center